Ronnie`s Acts: song teksten
Home Ronnie`s CD MP3`s Biografie Offertelijst Agenda

  Karaoke

*Levensliederen, smartlappen en persiflages* *Blues en Rock* *kindershows*

Als een gedicht

Het meisje heeft en mooi gezicht
Ze spreekt als een gedicht
Ze is zo’n meisje alsof ze is verlicht

Niemand kent haar ergens van
Wat houd haar in de ban
Het is zo’n meisje, ze is zo al zo lang

Het lijkt wel of ze niet hier is, en dat ze eigenlijk niet veel mist
Voor haar is er geen tijd

De wereld past niet op dit kind en is haar niet zo goed gezind
Het is de reden dat ze haar weg niet vindt

Al is ze in het licht gehuld toch niemand heeft geduld
Met dit meisje, ze praat slechts flauwekul

En als ze weer op aarde is en zegt: “Jij bent toch ook het licht”.
En als ik haar vraag om uitleg, ze lacht en is dan weer ver weg.

Niemand weet echt waar ze gaat, weten ook met haar geen raad
Alsof ze hier niet mag zijn


Angelique

D'r was in vroege tijd, in de bergen van Zwitseland, jodejodelo
Een stoere boerenmeid, die had geen man, johohoho
En Angelique zong heel melangoliek: jodelodelehee,hee, vol verlangen naar romantiek

Haar oude vader werd hoteldebotel van dat ellendige gejodel
De goede man ontstak in toorn op zijn Alpenhoorn en ging staan toeteren
Hoempapa, etc

Doordat getoeter en dat jammeren in de bergen van Zwitserland, jodelodelo
Begon de sneeuw te rammelen, wat was dat griezelig, owowo
Maar Angelique die had nog heel geen erg, jodelediladiee, zong zij daar op die berg

Eh een lawine kwam, plots naar beneden, toen was het leed al gauw geleden
Ze roldebolde naar het dorpje in het dal, 't was een hele val, en is daardoor toen overleden

Dit was het lied van Angelique, jodoladijee, wat een romantiek
Hoempapa, etc.


Another 45 miles

Here comes the night, takes over all of the light
In the distance some shadows of clouds in the sky
I got to get home to my child, my wife

Here comes the night, Iam scared to death, got to get me a ride
It looks like the road is swallowing me up, got to hurry on
Don’t dare to look back, look very straight ahead

Another 45 miles to go, another 45 miles before Iam home
I wish that sunlight was burning in my eyes instead of shades like faces in the sky
Another 45 miles to go, another 45 miles before Iam home
I wish I could play the sun to run, then I had some time for my wife and sun

Clouds in the sky, gathering for a fight
Chasing, they’re afraid till it can’t go on; I mend my face, because my bride is waiting home

Here comes the night, Iam scared to death, got to get me a ride
It looks like the road is swallowing me up, got to hurry on
Don’t dare to look back, look very straight ahead

Another 45 miles to go, another 45 miles before Iam home
I wish that sunlight was burning in my eyes instead of shades like faces in the sky
Another 45 miles to go, another 45 miles before Iam home
I wish I could play the sun to run, then I had some time for my wife and sun


Boer Hannus

Ik ben hannus van de Hoek
Ik heb koeien en ook kippen
Ik werk altijd op het land
En geen boer kan aan me tippen

Het is goed op de boerderij
Want in de stad moet ik niet wezen
Niets is hier beters dan het platteland
En voor een baas wil ik niet, nee
Voor een baas wil ik niet pezen.

Ik heb een koe en ook nog een stier
Ook heb ik aardappelplanten.
Ik zit hier te vroeten hier in de grond
Ja, boer Hannus weet van wanten

Het is goed op de boerderij
Want in de stad moet ik niet wezen
Niets is hier beters dan het platteland
En voor een baas wil ik niet, nee
Voor een baas wil ik niet pezen.


Boot op je brood

Hoor de klok twaalven slaan
Tijd om aan de lunch te gaan
Al zou ik het niet weten
Wat je zoal zou eten

Geen broodje kaas
Geen haring in tomatensaus
Geen ei met ui
Ik ben niet in de bui

Geen schimmelkaas met banaan
Daar begin ik toch niet aan
Geen frikandel met slagroom
Mens, doe toch gewoon
Geen gerookte zalm met spikkeltjesworst
Daarvan krijg je alleen maar dorst
Al is uw honger klein of groot,
Neem Boot op je brood!


Het broekje van Jantje

Er was eens een havenloos ventje die vroeg aan zijn moeder een broek
Maar moeder verdiende geen centjes en vader was wekenlang zoek

Ach, moedertje, geef me geen standje, er zit in mijn broekje een scheur
De jongens op school roepen “Jantje, je billen die zien we er door

Z’n moeder werd ziek door de zorgen, lag stil en verdrukt in een hoek
Geen mens die haar centen kon geven en Jantje vroeg toch om een broek

Toen heeft ze haar rok uitgetrokken, de enige die ze bezat
En ze maakte van stukken en brokken een broek voor haar enige schat

Nu konden ze Jantje niet plagen, nu waren zijn billen niet bloot
Maar voor hij zijn broekje kon dragen ging moeder van narigheid dood

Ze stierf van het sjouwen en slaven, vervloekt en verwenst door haar man
Toen Jantje haar mee ging begraven, toen had hij zijn broekje pas aan


Diep in mijn hart

Diep in mijn hart kan ik niet boos zijn op jou
Blijf ik je toch altijd trouw, dat mag je heus wel weten
Diep in mijn hart is er maar één dat ben jij
Jij bent toch alles voor mij, zal je dat nooit vergeten

Want jij bent heus niet slecht, wat of een ander van je zegt, lieveling
Denk toch eens aan, saam door het leven te gaan
Ik heb je liefde voortaan diep in mijn hart

Wat een ander van je zegt, kan me niet schelen
Laat ze maar praten, ik trek me daar niets van aan
Want een misstap in het leven maken zo velen
Haast ieder mens heeft wel en fout begaan

Diep in mijn hart etc

Want jij bent heus etc

La la etc
Diep in mijn hart is er maar één dat ben jij
Jij bent toch alles voor mij, zal je dat nooit vergeten

Want jij bent heus niet slecht, wat of een ander van je zegt, lieveling
Denk toch eens aan, saam door het leven te gaan
Ik heb je liefde voortaan diep in mijn hart
Ik heb je liefde voortaan diep in mijn hart


Dorussie

Dorus was al 15 jaar aan het armenhuis besteed
Dorus was een aardige snoeper die zo graag een grapje deed
Atijd opgepoetst en zindelijk altijd opgepoetst en knap
Ging die op zijn uitgaansdagen met twee dubbeltjes op stap
Dan zei zijn kamaraad die naast hem liep op straat

Dorussie moet er nou herrie van komen
Dorussie, Dorussie houd je maar stijf
Morgen dan hoor je de dokter weer brommen
Morgen dan heb je weer pijn in je lijf

Eerst liep hij langs de kruiska’ en dan kocht tie Megaret
En een dubbeltje sigaren en die stopte hij in zijn pet
Dan ging Dorus aan het pruimen en hij rookte een sigaar
En hij pruimde en hij rookte heel de rotsooi door elkaar
De jongens van de Ka’ die riepen hem dan na

’s middags ging die opgewonden met zijn ouwetje er vandoor
en dan kocht tie pepermuntjes en een onsje koffie voor
In een parkie op een bankie was tie in zijn element
Want toen zei die: “Potverdikkie, ik ben eigenlijk nog een jonge vent”
Zijn ouwetje zei: “Dorussie, stel je niet aan”

Dorus zag een aardig meissie dat de stoep stond te doen
Dorus keek es naar haar kuiten:”Hee, wat dik”, zei Dorus toen.
Toen hij zich niet goed kon houden gaf die meid een harde gil
Want hij kneep in het voorbij gaan even stiekem in haar bil
Een bakker die het zag riep stikkend van de lach

’s middags werd hij aangeschoten door een diender thuis gebracht.
En in het armenhuis werd hij met een standje opgewacht.
Zijn tabak en zijn sigaren haalden ze dan uit zijn pet
En op al zijn uitgaansdagen moest tie voor zijn straf naar bed
En heel ’t armhuis zong als hij zijn bed insprong


Droomland

Heerlijk land van mijn dromen
Ergens hier ver vandaan
Waar ik zo graag wil komen
Daar waar ik graag heen wil gaan

Droomland, droomland,
O, wat verlang ik naar droomland
Daar is steeds vree, dus ga met me mee,
Samen naar ’t heerlijke droomland

Zwerver, gij vindt daar vrede
Zieke, gij vindt daar geen pijn
Daar wordt geen strijd gestreden
Daar, waar mijn broeders nog zijn


Grotman

We gaan terug, ver terug in de tijd..
Toen er nog mensen waren, die zich kleden in berenvellen.
Het waren Neandertalers, beter bekend als grotmensen.
Grotmannen! Grotvrouwen!

Daar is de grotman, daar speelt de radio
Hij begint te dansen ....ongeveer zo!
Hij danst alleen, wordt het dansen moe,
Hij gaat naar buiten en spreekt zichzelf toe:

"Ik moet een meisje hebben!"

Hij ging naar het meer, waar een meisje was.
Sprong in het water, greep haar bij de jas
Het meisje zei: "wegwezen maat, voordat ik naar mijn vader gaat!
Ze rukte los en stond toen op en sloeg de grotman voor zijn kop.

Haar naam was Berta Bibs.
Ze gaf hem een dreun, hij zag wat pips.
Ze vond hem leuk en riep: "Hakku!" Hij zei: "Wat?" Ze riep "Hakku!"

Hij wist niet waar hij was of waar hij liep, terwijl het meisje riep: "hakku!
Toen begreep hij het en zei: "Hakku, ech wel, ech wel", etc...

Ik sta hier te graven

Ik sta hier te graven en vraag niet waarom
Ik sta hier te graven al is het zo stom.
Ik kan hier niets vinden hoe hard ik ook zwoeg
Wat kan het me schelen, er is geld genoeg!

Het gebeurde ooit in de Korte Nobelstraat in het oude Zierikzee.
Ze hadden daar een vondst gedaan, een ambtenaar vond dit okee!
Een pijpekop en een tegel en ook een oude fiets
Men dacht er komt nu iets boven de grond maar het koste wel iets.

De Argealoog die groef maar door, de ambtenaar had een budget
De argealoog zei het is iets te krap want hij begon maar net.
De ambtenaar zei, het is geen probleem, geld dat heb ik toch veel
Belastinggeld dat moet over de balk al betalen de mensen zich scheel!

De ambtenaar, ja, die is gesnapt en praat zich weer eens eruit.
En wat is de clou nu van het verhaal ’t interesser hem toch geen fluit!
Al is het heel mooi en de moeite waard in de korte Nobelstraat.
Ik snap niet waarom hij het zelf betaald of zelf aan het graven gaat!

Ik kan hier niets vinden hoe hard ik ook zwoeg
Wat kan het me schelen, er is geld genoeg!


IJsco

Het is een mooie dag en ik heb het warm
Ik zweet erg veel en ik ben zo arm
Mamma, wees eens lief of geef me wat geld
Mamma, jij bent lief als je heb besteld.
Want ik wil ijs, ik wil zo graag een ijsje, mam.

Het maakt mij niet uit of het een kleintje is,
Het maakt mij niet uit, zolang het ijs is
Ik zit al lang zonder, dit is niet beschaafd
Ik zit hier te snakken, ik denk dat ik vraag:
Mag ik ijs, ik wil zo graag een ijsje, mam.

Een softijs of wat waterijs,
het maakt niet uit, het is onwijs
Ik heb geen voorkeur, ik zeg nooit nee
Ik vindt alles lekker, ik lust er wel twee

Ik wil ijs, ik wil zo graag een ijsje, mam
Ik wil ijs, ik wil zo graag een ijsje, mam.


Je moet wat hoger

Je moet wat hoger, je zit te laag, je moet wat hoger, wees niet zo traag.
Je moet wat hoger, zo gaat tie goed, zo gaat tie net zo als tie wezen moet
(refrein)

Een boertje wilde uitgaan, voor 't eerst in Amsterdam,
waar hij bijzonder vrolijk in het theater kwam
Daar zag hij danseresjes, zo sierlijk en zo mooi,
ze waren aan het dansen, hij zag hun nylon-tooi

Hij keek zijn ogen uit, en brulde heel hard uit:

Je moet wat hoger, je zit te laag, je moet wat hoger, wees niet zo traag.
Je moet wat hoger, zo gaat tie goed, zo gaat tie net zo als tie wezen moet
(refrein)

Een meisje bleef verkeren, het was een vliegenier
ze vond hem toch zo'n schatje, ze hadden zo'n plezier
Maar s'avonds in haar bedje toen droomde zij zo raar
Dat zij met hem ging vliegen zoals een zwaluwpaar

Ze gleden door de lucht, ze zei toen met een zucht

Je moet wat hoger, je zit te laag, je moet wat hoger, wees niet zo traag.
Je moet wat hoger, zo gaat tie goed, zo gaat tie net zo als tie wezen moet
(refrein)

Marlies ging met haar jongen naar 't grote bal masqé
Ze kreeg toen van haar moeder de huisdeursleutel mee
Ze kwamen 's nachts naar huis toe, 't was in de duisternis
Toen stak hij zijne sleutel in het sleutelgat steeds mis

En het meisje riep toen luid: "Ach sufferd, kijk toch uit!"

Je moet wat hoger, je zit te laag, je moet wat hoger, wees niet zo traag.
Je moet wat hoger, zo gaat tie goed, zo gaat tie net zo als tie wezen moet


Ketelbinkie

Toen wij van Rotterdam vertrokken met de Edam een oude schuit
met kakkerlakken in de midscheeps en rattennesten in 't vooruit
Toen hadden we een kleine jongen als ketelbink bij ons aan boord
die voor de eerste keer naar zee ging en nooit van haaien hard gehoord

Die van z'n moeder aan de kade wat schuchter lachend afscheid nam
omdat tie haar niet durfde zoenen, die straatjongen uit Rotterdam

Hij werd gescholden door de stokers omdat tie van de eerste dag
toen we nog maar net de pier uit waren al zeeziek in het foksel lag
En met jenever en citroenen werd hij weer op de been gebracht,
want zieke zeelui zijn nadelig en brengen schade aan de vracht

Als hij dan sjouwend met zijn ketels van de kombuis naar voren kwam,
dan was het net een brokkie wanhoop, die straatjongen uit Rotterdam

Wanneer hij 's avonds in zijn kooi lag en na zijn sjouwen eindelijk sliep,
dan schold de man die wacht ter kooi had omdat hij om zijn moeder riep
Toen is hij op een mooie morgen, 't was in de Stille Oceaan,
terwijl ze brulde om hun koffie, niet van z'n kooi goed opgestaan

En toen de stuurman met kinine en wonderolie bij hem kwam,
vroeg hij een voorschot op zijn gage voor 't oude mens in Rotterdam

In zeildoek en roosterbaren werd hij die dag op het luik gezet,
de kapitein lichte zijn petje en sprak met grokstem een gebed
En met een één, twee, drie, in godsnaam, ging het ketelbinkie overboord,
die het ouwetje niet durfde te zoenen omdat dat niet bij zeelui hoort

De man een extra mokkie schoten en het oude mens een telegram,
dat was het einde van een zeeman, die straatjongen uit Rotterdam

Mamma

Mamma, je leerde me lopen
Op eigen benen te staan
Straks gaat de deur voor me open
Om door het leven te gaan
Maak je geen zorgen voor morgen
Mamma, toe droog toch die traan

Mamma, je bent de liefste van de hele wereld
Mamma, de allerliefste van de hele wereld
Later, waneer ik ga trouwen,
Zal ik een huisje gaan bouwen
Als je dan komt en alleen zal zijn,
Kom dan bij mij in mijn huis
Mamma, de allerliefste van de wereld dat ben jij
O, lieve mamma, je bent en blijft een voorbeeld voor mij

Mamma, je bent de liefste van de hele wereld
Mamma, de allerliefste van de hele wereld
Later, waneer ik ga trouwen,
Zal ik een huisje gaan bouwen
Als je dan komt en alleen zal zijn,
Kom dan bij mij in mijn huis
Mamma, de allerliefste van de wereld dat ben jij
O, lieve mamma, je bent en blijft een voorbeeld voor mij


Mooie rijke vrouw

Hé, Kijk eens om je heen, je bent veel te lang alleen
Je zit in jezelf te praten

Lul, ’t is toch je eigen schuld, jij had toch geen geduld
Jij hebt haar in de steek gelaten.

Ik zoek een mooie rijke vrouw zonder problemen

Ik zoek een mooie rijke vrouw zonder problemen

Hé, is er niet één vacant, probeer het eens in de krant
Zet eens een advertentie

Hé, ben je soms wel eens bang, duurt het je iets te lang
Voordat je zo een mens ziet

Ik wil een mooie rijke vrouw zonder problemen
Ik wil een mooie rijke vrouw zonder problemen
(Ik wil een) mooie rijke vrouw,
mooi en rijk en trouw
Ik wil een mooie rijke vrouw zonder problemen.

Denk je dat dit bestaat en dat het daar om gaat
Nou, ze zal wel komen, maar dan in je dromen

(tussenspel)
Ik wil een mooie rijke vrouw zonder problemen

Ik wil een mooie rijke vrouw zonder problemen

(Ik wil een) mooie rijke vrouw,
mooi en rijk en trouw
Ik wil een mooie rijke vrouw zonder problemen.

Zonder problemen

Zonder problemen


Niets anders telt nu

Het is nog niet lang gelee
De dag toen je me echt iets deed
Toen je in mijn ogen keek
En niets anders telt nu

Je was al een vriend van mij
Er zat nog niets extra’s bij
Toch keerde voor ons het tij
En niets anders telt nu

‘K dacht dat ik alles wist
Maar ik had me vergist
Want je hebt me gezegd
Onze liefde.. is echt!

Ik had me nooit opengesteld
Maar jij kwam al aangesneld
Zo snel, ik stond versteld
Dat niets anders telt nu

Ik wist niet wat ik echt wou
Ik wist niet wat ik aan moest met jou
Maar nu wil ik je als mijn vouw
En niets anders telt nu

‘K dacht dat ik alles wist
Maar ik had me vergist
Want je hebt me gezegd
Onze liefde.. is echt!


‘K dacht dat ik alles wist
Maar ik had me vergist
Want je hebt me gezegd
Onze liefde.. is echt!


Peter/Petra

Wie maakt dat ik niets meer lust, wie verstoord mijn rust,
ja, dat is Peter, ja, dat is Peter.
Waarom doe ik alles fout, ben ik warm of koud,
dat komt door Peter, dat komt door Peter


Peter vindt de meisjes dom, kijkt niet naar ze om,
want zo is Peter, Ja, zo is Peter

Peter zit in de hoogste klas, ik wou, dat ik al zover al was.
Maar als hij dan eens naar me keek, was ik totaal van streek

Wie maakt dat ik niets meer lust, wie verstoord mijn rust,
ja, dat is Peter, ja, dat is Peter.
Waarom doe ik alles fout, ben ik warm of koud,
dat komt door Peter, dat komt door Peter

Peter, Peter, zie je niet, dat ik ziek ben van verdriet,
Peter, ik ben verliefd


De schuit van blonde Are

’T was op een dag in januari
in Roterdam op Katendrecht
Toen heeft mijn knul, m’n blonde Arie
Mij voor het laatst gedag gezegd.
Hij had gemonsterd op de Vrede
Voor zeven weken uit en thuis
Nou is het zeven jaar geleden
En nog kwam Arie niet naar huis

En altijd komen er schepen
Aan Katendrecht voorbij (refrein)
Maar de schuit van blonde Arie
Die is er nog steeds niet bij.

Mot ik een boodschap voor de heren
Smeer ik ‘m naar het Willemsplein
Om daar met angst te informeren
Wie er weer bijgekomen zijn.
Altijd weer schepen, vreemde prauwen,
Ik zie matrozen, blond en blij
Daar met hun plunjezakken sjouwen,
Maar die ik zoek is er nooit bij.
(refrein)

Vaak wordt ik ’s avonds aangeslagen
Als ik zo aan de kade sta
Dan durft zo’n kerel mij te vragen
Of ik eens met hem dansen ga
Bij zoiets jeuken dan mijn handen
Maar als het een zeeman is , die vent
Dan vraag ik, hunk’rend van verlangen
Of tie Arie heeft gekend
En altijd komen er schepen
Aan Katendrecht voorbij (refrein)
Maar de schuit van blonde Arie
Die is er nog steeds niet bij.

Van de tandarts

Op een morgen toen ik opstond keek ik in de spiegel
Ik had een beetje pijn me mond, ik opende mijn giegel
Beste mensen, het is shit, ik heb geen goed gebit
M’n kies was afgebroken en een afspraak snel besproken

Spoel spoel spoelt u maar 2x

Op de afspraak van de tandarts zat ik niet te zweten
Ik ben geen bange wezel, dat zal jij nooit beleven
De tandarts is heel tof, de tandarts is okee
En één keer in het jaar neem ik wat bloemen voor hem mee

Het speet de tandarts zeer, maar hij moest toch gaan boren
Hij sprak over het weer, het zal er wel bij horen
De tandartsassistente glimlachte naar mij
En de tandarts gaf met vaste hand een verdoofinkje aan mij.

Spoel spoel spoelt u maar 2x


Wat

Het begon toen... lang gelee,
toen ik het... nog niet dee
Ik zag dat iemand... een vlammetje at,
Niet te geloven, een vlam met een wat!"
Hij at er een... stuk of tien
Dit had ik...nooit gezien,
Ik vroeg hem: "smaakt die vlam?"
Hij zei: "Ik krijg er een kick van!"

Wat? Ik neem een.....3x
Wat met een vlammetje!

Hij had nieuwsgierig...gemaakt
Toen hij zei: "Ja, het het smaakt!"
Dus ik wilde.. het ook proberen
Maar ik moest het... nog wel leren
Hier heb ik een wat... een aansteker
Al zal mij.... de kundigheid ontbreken
Ik laat het nu... lekker branden
Maar helaas verbrandde ik mijn handen

refrein

Maar ik bleef het .... proberen
Eens zouden ...mijn kansen keren
Na al die jaren ....gaat het goed
Ik weet nu wel... hoe het moet
Hier heb ik een wat...een aansteker
Heb je het nu... goed bekeken
Ik zal het karwei... nu gaan klaren
Al verbrand ik...nog steeds mijn haren!

refrein


De zevende hemel der liefde

Nu dans ik met jou door de hemel voorheen
In de zevende hemel der liefde
De wereld verzint wij zijn beide alleen
In de zevende hemel der liefde

Kom laat ons dromen bij zachte muziek
Vol van verlangen en romantiek
Zo dans ik met jou in de hemel voorheen
In de zevende hemel der liefde 2x

’t leven valt soms zwaar te dragen
Steeds opnieuw reizen er vragen
Streven en zwoegen een eeuwig gevecht
Maar al lijkt geluk verborgen
achter dagelijkse zorgen
Als ik bij jou ben komt alles terecht

Nu dans ik met jou door de hemel voorheen
In de zevende hemel der liefde
De wereld verzint wij zijn beide alleen
In de zevende hemel der liefde

Kom laat ons dromen bij zachte muziek
Vol van verlangen en romantiek
Zo dans ik met jou in de hemel voorheen
In de zevende hemel der liefde 3x


Ze zeggen

Ze zeggen dat ik altijd pleite ben, das niet zo mooi, das niet zo mooi
En dat ik zelfs mijn eigen vrouw niet ken, das niet, zo niet zo mooi.

Maar ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Laat de buren nou maar praten, als ze dat niet kunnen laten
Want ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Zal mij toch een zorg wezen, het is toch niet waar
(refrein)

Ze zeggen dat ik al mijn geld verbrast, dat wordt verteld, dat wordt verteld
En dat gisteren weer zo dronken was, das van mijn eigen geld

Maar ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Laat de buren nou maar praten, als ze dat niet kunnen laten
Want ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Zal mij toch een zorg wezen, het is toch niet waar
(refrein)

De mensen moeten het zelf maar weten, ik trek maar daar toch niets van aan
Zolang ze van mijn geld niet eten, laat ik ze begaan

Want ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Laat de buren nou maar praten, als ze dat niet kunnen laten
Want ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Zal mij toch een zorg wezen, het is toch niet waar
(refrein)

Mijn buurvrouw heeft er weer een kleintje bij, ik weet van niks, ik weet van niks
Nou zeggen ze, het ventje lijkt op mij maar ik weet echt van niks

Want ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Laat de buren nou maar praten, als ze dat niet kunnen laten
Want ik hou me van de domme, verdomme, ze kletsen maar
Zal mij toch een zorg wezen, het is toch niet waar
(refrein)


Zierikzeese Marie

Marie de Bie uit Zierikzee loop altijd in haar negligé
Met kantjes en floriannetjes uitsluitend voor de mannetjes
Ze tracht ze te verleiden in nylon, kant en zijde

Zierikzeese Marie, veel fatsoen had ze niet (refrein)

En met haar ongekend talent heeft ze veel mannen reeds verwend
Haar naam is klein, haar daad is groot, totaal geen schaam zelfs in ‘t bloot.
Ze werkte met veel flatus, wat voor mannen ideaal is

Zierikzeese Marie, veel fatsoen had ze niet (refrein)

’s maandag’s komt de commissaris, de arts en de notaris,
de dinsdag is geheel privé voor het mannenkoor van Zierikzee
En ook de brandweer commandant ligt ’s woensdags in haar ledikant.

De donderdag is afgehuurd door de warme bakkers van de buurt.
De advocaat, de beiaardier gaat iedere vrijdag met plezier
En zaterdag de kluizenaar, die maakt het iedere week weer waar
En ’s zondags komt de dominee, die neemt zijn eigen lakens mee.

Zierikzeese Marie, veel fatsoen had ze niet (refrein)

Maar na een kille regendag toen zij in bad te weken lag,
’t was ’s avonds een uur of tien, men had wel iets verdachts gezien,
maar geen aandacht aan geschonken want ze was zo diep gezonken

Zierikzeese Marie, veel fatsoen had ze niet (refrein)

Marie de Bie uit Zierikzee, men vond haar zonder negligé,
daar lag ze nat en blauw en naakt, wie had Marie van kant gemaakt?
Maar niemand zal het weten, men is haar lang vergeten

Zierikzeese Marie, veel fatsoen had ze niet (refrein)

Toen kwam de commissaris, de arts en de notaris,
maar het mannenkoor van Zierikzee bemoeide zich er niet meer mee.
En ook de knappe commandant dacht niet meer aan haar ledikant.
Alleen de warme bakkers van de buurt, ze hebben haar een krans gestuurd.
De advocaat, de beiaardier, het interesseerde ze geen zier
En ook de oude kluizenaar dacht helemaal niet meer aan haar.
Behalve dan de dominee, die gaf haar zijn zegen mee.


Zierikzeese Marie, veel fatsoen had ze niet (refrein)


 

 Ronnie Snipperdag`s mp3`s

Levensliederen

Op de barman

De zevende hemel der liefde

Diep in mijn hart

Smartlap

Zonder geld

Persiflages

Niets anders telt nu

Douw douw Dikkie Dikkie douw

Het is zo

Wat

Van de tandarts (eigen nummer)

Radio Jingles

Boot op je Brood

Wif-waf-woof

 

 

 

 

 

 


e-mail Ronnie Snipperdag of bel voor meer informatie op telefoon nummer 0111-401564